do 09 nov 2017

Hoe maken we een hele voorstelling uit een aria van maar vier minuten?

Smaakmaker DIDO DIDO, een interview met Nicole Beutler en Romain Bischoff

“Wanneer je iemand gaat begraven en je houdt een dienst, dan komt die persoon in onze hoofden ook weer even tot leven. In DIDO DIDO gebeurt eigenlijk niet veel anders.”

- Romain Bischoff

DIDO DIDO is de nieuwe muziektheatervoorstelling van regisseur Nicole Beutler en het innovatieve operagezelschap Silbersee, in samenwerking met Ulrike Quade Company. Uitgangspunt is de beroemdste aria uit de barokopera Dido en Aeneas; het meesterwerk van de Engelse componist Henry Purcell (1659-1695). ‘Dido’s Lament’ is Dido’s laatste klaagzang voordat ze, verlaten door haar geliefde Aeneas, ervoor kiest te sterven. Wat bezielt Nicole Beutler en haar muzikale evenknie Romain Bischoff om een hele voorstelling te maken van maar één aria die in het origineel grofweg vier minuten beslaat?

Door Mayke Klomp

Foto Bart Grietens

Dido en Aeneas, dat is een opera met een eeuwenlange traditie. Hoe kwamen jullie erbij om je tanden in dit bekende stuk te zetten?

Romain Bischoff: Ik liep al een tijdje met deze opera in mijn hoofd. Nicole en ik kwamen elkaar zo’n 3,5 jaar geleden voor het eerst tegen toen we allebei genomineerd werden voor de Amsterdamprijs voor de Kunst. We hadden meteen een klik. Met in mijn achterhoofd dat er in de originele Dido en Aeneas veel dansscènes zitten - en Nicole bekend is om haar dansvoorstellingen - ben ik er met haar over gaan spreken.

Nicole Beutler: Toen Romain me vroeg heb ik de hele opera bestudeerd en nagedacht over wat voor mij de kern is. Dat was duidelijk de laatste aria ‘Dido’s Lament’. Het lied is heel erg triest. We zien hier een vrouw die zingt voordat zij haar eigen leven neemt. Ik vind het ook een raar operacliché: wie zingt er nou voordat ie besluit weg te gaan van hier? In opera gebeurt het veel dat onuitspreekbare gevoelens gezongen worden. Er worden melodieën gevonden die diepe gevoelens uitdrukken die je eigenlijk niet kan benoemen. Dat raakt me erg.

R: Nicole was dus eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in de laatste aria. ‘Dat is goed’, zei ik. ‘Dan doen we dat.’ Het is natuurlijk een bijzonder klusje: die aria duurt maar iets van vier minuten max. ‘Dido’s Lament’ is van een ongelooflijke puurheid. Er zijn heel erg weinig noten en geen pronk en praal. Ik noem het liever een lied dan een aria, want in traditionele opera- aria’s wordt toch vaak meer uitgepakt met veel dynamiekverschillen. Purcell is van een oereenvoud. Zelfs amateurzangers zouden dit lied kunnen zingen. Ik denk dat het mede daardoor ook zoveel mensen aanspreekt.

N: Ik vind Purcell ook heel erg passen in deze tijd. Zijn teksten zijn toegankelijk en begrijpelijk - want in het Engels. Onder de barokke melodie zit een baseline die altijd minimalistisch doorgaat zoals in de hedendaagse elektronische muziek.

Romain vroeg Nicole naar aanleiding van haar achtergrond als dansregisseur. Zit er veel dans in de voorstelling?

N: Uiteindelijk zit er wel één danseres in de voorstelling, maar de focus ligt toch erg op het luisteren. Ik ben ook niet enkel choreografe. Bij ieder project kijk in naar welke middelen het beste passen bij wat ik wil vertellen. Dit keer vertrekken we vanuit een muziekstuk en werken we met zangers. Daardoor kwam de focus vrij snel op het auditieve te liggen.

R: In de oorspronkelijk opera zit weliswaar veel dans, maar het niet de stijl van Silbersee om een opera te doen zoals die door de meeste mensen bekend is. Ik heb iets met beweging, met het fysieke in het zingen. Traditionele opera is statig en denkt in beelden. Met Silbersee ben ik al jaren bezig om dat te innoveren.

N: Zodra de performers een instrument bespelen, is dat voor mij ook een beweging. De dans in de voorstelling komt op een organische manier voort uit de bewegingen die er al op het podium zijn.

R: DIDO DIDO is een kunstwerk waarbij elke lichaamsbeweging, elke ademteug en elke noot die wordt geproduceerd een choreografie is. Ik vind het mooi dat Nicole zo trouw blijft aan dat principe. Ik hoop dat het publiek er ook zo naar gaat kijken.

In DIDO DIDO willen jullie dichter bij Dido komen dan ooit. Waarom willen jullie zo graag onder haar huid kruipen en hoe krijg je dat voor elkaar?

R: Door te kiezen voor alleen de aria draait alles om dat korte moment voordat iemand doodgaat. Het is een afscheidsmoment dat we heel erg uitrekken. Iedereen in de theaterzaal heeft eigenlijk meer dan een uur de tijd om afscheid te nemen van Dido. Tegelijkertijd heeft ieder van ons dierbaren die zijn overleden. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen tijdens de voorstelling ook hun eigen doden zullen herdenken. Doordat de aria op zichzelf staat, geen onderdeel meer is van een langer verhaal, blijft er een universeel en herkenbaar gevoel over.

N: We geven de essentie van de boodschap die in de aria verborgen zit de ruimte. Vanzelfsprekend kom je dan heel dicht bij Dido. We blijven ook langer bij Dido want in de opera komt ze maar heel even voorbij. Wij herkennen in de aria een parel en die willen we van alle kanten belichten. We leggen het lied als het ware onder een microscoop. We ontleden de tekst en de muziek en puzzelen het langzaam weer in elkaar. Het wordt een verrassende ervaring voor liefhebbers van Purcell. We zingen bijvoorbeeld de aria achterstevoren, dat klinkt bijna Slavisch. De aria wordt een veld waarbinnen we ons bewegen. Maar wees niet bang: het stuk zoals je het kent komt absoluut ook tevoorschijn.

Wat zou Purcell ervan vinden wat jullie met zijn aria doen?

R: De bron van alles wat je in DIDO DIDO hoort is Purcell, daar gaan we met groot respect mee om. Ik zie het altijd zo: als Purcell nu zou opstaan en de middelen zou hebben die er nu allemaal zijn, dan zou hij het ook opnieuw aanpakken. Daar ben ik van overtuigd.

N: Ik zie het als een eerbetoon aan het nummer. Niet alleen aan de muziek maar ook aan de tekst. “When I am laid in earth... Remember me but forget my fate”, dat beschrijft een heel menselijke angst: de angst om vergeten te worden. In de opera komt het even voorbij, in DIDO DIDO draait alles om dit gevoel.

Waar denken jullie zelf aan als je met het afscheid van Dido wordt geconfronteerd?

N: Mij valt haar enorme wilskracht op. Je hebt veel wilskracht nodig om voor zelfmoord te kiezen. Om te beslissen dat je niet meer bij deze maatschappij wilt horen.

R: Mij doet het ook wel heel erg denken aan een lang sterfbed. Er zijn weinig mensen die van het ene op het andere moment sterven. Dat is een prachtige dood die weinigen is gegund. Ik denk bijvoorbeeld aan mijn eigen moeder. Haar laatste strijd was verschrikkelijk om mee te maken. Nadat we allemaal afscheid hadden genomen heeft ze in haar eentje nog anderhalve dag gevochten. Daar gaat dit moment om, en dat zetten we om in muziek. We brengen Dido nog even tot leven zodat we haar nog even bij ons kunnen hebben. Wanneer je iemand gaat begraven en je houdt een dienst, dan staat die persoon centraal en komt hij of zij in onze hoofden weer even tot leven. In DIDO DIDO gebeurt eigenlijk niet veel anders.

Jullie wekken Dido, een eeuwenoude mythologische figuur, weer even tot leven. Hoe doen jullie dat?

R: We blazen Dido letterlijk leven in door middel van adem. Alle instrumenten die in DIDO DIDO voorkomen, worden aangestuurd door adem. Zelfs het strijkinstrument dat we gebruiken, de Oosterse kemençe, klinkt als de stembanden van een vrouwelijke ziel.

N: Al vrij snel kwam het idee op om weer met Ulrike Quade samen te werken. Ik werkte eerder met haar aan de voorstelling Antigone en maakte toen kennis met de kunst van het Japanse bunraku poppentheater. Ik was gefascineerd door hoe choreografisch het poppenspel is én ik leerde dat poppen uitzonderlijk goed kunnen sterven. Een acteur kan zich alleen op een tragisch fake manier van het leven beroven, en daarna staat hij toch weer op voor applaus. Als de speler zijn handen van de pop aftrekt, wordt het daadwerkelijk weer een stuk hout. Zo besloot ik dat we een pop nodig hebben die we kunnen bezielen, en weer kunnen laten sterven.

Wordt het niet een enorm trieste voorstelling?

N: Dat denk ik helemaal niet. Het is absoluut ontroerend, en je wordt ook wel met het idee van doodgaan geconfronteerd. Maar er zit veel leven, vindingrijkheid en creativiteit in. Het tot leven wekken is de vrolijkere tegenhanger van het afscheid nemen.

R: Het leven zit hem ook letterlijk in de mensen op de vloer. Je hoort, ziet en voelt daar een enorme kracht uit komen. Hoe ze daar met lijf en ziel staan en samen die muziek opbouwen, geeft veel energie.

www.nbprojects.nl / www.silbersee.com / www.ulrikequade.nl