1: SONGS

De kijker voelt zich in zijn kruis getast

uit: urbanmag.be 28/8/2010

Nicole Beutler is een Duitse choreograaf, performer en curator die in Nederland werkt. Haar werk valt moeilijk onder één noemer te vatten; in haar creaties speelt ze met de grenzen van dans, performance en beeldende kunst. In haar vorige stukken Lost my Quiet Forever en Les Sylphides nam ze de oudere kunsttakken barok en ballet onder handen. Met 1:Songs creëerde ze samen met de in Servië geboren performer Sanja Mitrovic en de Britse muzikant Gary Sheperd een veelgelaagde voorstelling over een oud thema uit de (toneel)literatuur. Sanja Mitrovic begroet met een koele hello het publiek. Haar kersenrood geverfde lippen, hoge hakken en nauw aansluitende jurk maken van haar een gracieuze, verleidelijke verschijning. In de achtergrond, op de gestaag versnellende filmstills uit Rossellini’s Roma città aperta, rent de Italiaanse filmlegende Anna Magnani. In alle wanhoop probeert ze nog haar gedeporteerde verloofde van de Duisters terug te grijpen maar ze valt. Het smachten naar die gestolen liefde wordt een thema van deze voorstelling.

Achter vijf micro’s wekt Mitrovic op een verder kale scène tragische vrouwen uit de (toneel)literatuur tot leven. Eén voor één verschijnen de deerniswekkende liefdesslachtoffers op de droefgeestige tonen van Shepherds muziek. Het achtergrondscherm duidt de vrouwen met hun naam en een jaartal. Mitrovic wordt met haar hele lijf en leden Gretchen (1789). Breekbaar fluistert en zingt de jongedame over het verlangen om haar geliefde nog eens te mogen kussen. Een vrouw (1930) bidt dat haar voormalige man haar toch nog zou terugvragen. Terwijl ze zingen en het publiek toespreken, wiegen ze met een aanlokkelijke onschuld op de muziek. Deze dames worden immers gedreven door het liefdesvuur.

Waar dit vuur echter brandt, laait ook een onverbiddelijke passie die hen naar de dood drijft. De weemoed wijkt en Ophelia (1977) gaat te keer als een dolgedraaide zottin. Mitrovic wordt een vagina dentata die tegen de pompende en dwingende ritmiek opkrijst dat al het zaad van de wereld in haar schoot zit. De waanzinnige hartstocht wordt overwoekerd door een niet te stuiten doodsverlangen: Antigone (480 BC) eist haar dood, ze moet toch sowieso ooit sterven. De performer valt op haar knieën, begint te blaffen en ligt plots levenloos neer. Op het slagveld van neergesmeten microstatieven legt Medea (480 BC) zich bedaard neer bij haar lot; haar man koos voor een ander, zij en haar kinderen kunnen niets anders dan dit leven verlaten. Deze mooi opgebouwde spanningsboog doorheen het geheel genereert samen met Mitrovic’ doorleefde acteerprestatie een bijzondere kracht. Op meesterlijke wijze herwerkt Nicole Beutler het eeuwenoude eros-thanatos thema naar een eigen hedendaagse taal. Zo vervaagt de oorspronkelijke setting van het verleden en worden deze vrouwen genaakbare wezens van nu.

Wanneer Mitrovic dan het applaus in ontvangst heeft genomen en plots een bisnummer inzet, proeft de kijker een wrange nasmaak. Beutler ontsluiert immers hiermee de nuchtere en machtige machinerie van het theater; de beroering die u ervoer is niet meer dan het resultaat van een beredeneerde acteerprestatie. Niet dat Mitrovic het ooit anders liet uitschijnen. De hele voorstelling lang wordt ze nooit volledig één met haar personages. Ze stapt gevoelloos uit haar rol en kondigt een volgende figuur koudweg aan met: next song. Deze vrouwen zijn geen deel van haar. Mitrovic laat zelfs geen greintje affiniteit of medeleven blijken, ze voert hen enkel op. Deze zinsbegoocheling expliciteert ze zelfs halverwege de voorstelling met een onhandige verdwijntruc. Vanish, sist de speelster om dan bezwerend het duister in te schokken. Verblindend licht verdooft het netvlies van de toeschouwer en geeft haar even de kans om onzichtbaar maar niet geluidloos het podium af te rennen. Beutler bracht op die manier een sterk staaltje metatheater als een ontluisterend machtsvertoon van de acteerkunst. De toeschouwer blijft wel wat verweesd achter, want hij voelt zich serieus in zijn kruis getast.

© Flor Declercq

Lees het artikel