4: STILL LIFE

Een en al contradictie bij Nicole Beutler, en juist dat maakt de voorstelling adembenemend ****

uit: Volkskrant 31/10/2013

Als choreograaf Nicole Beutler het duet in de dans gaat onderzoeken, weet je bij voorbaat dat je als publiek straks niet kunt wegzakken in een medley van intiem, gepassioneerd of vrolijk dansende paren. Dat zou te makkelijk zijn. Wat Beutler doet: ze neemt het duet, de dialoog tussen twee lichamen, als uitgangspunt, maar kijkt ernaar door de bril van een Bauhauskunstenaar uit het begin van de 20ste eeuw. En dan zien je vooral geometrische vormen. Sober, helder, abstract.

Beutler verstopt haar dansers, de markante Marjolein Vogels en Benjamin Khan, niet achter gestileerde kostuums en maskers zoals Oskar Schlemmer in zijn destijds revolutionaire mechanische balletten deed. Maar diens voorliefde voor de performer als bewegend object zie je wel terug. Meteen aan het begin van 4: Still Life wordt de toon gezet: op elektronische klanken van Gary Shepherd, Beutlers vaste componist, komt een vlakke wand in beweging. Panelen draaien om elkaar heen, ruilen van plaats, schuiven dicht tegen elkaar aan. Het is dit geanimeerde spaanplaat dat de dans opent.

Daarna is de vloer aan de mens van vlees en bloed. Vogels en Khan dragen stijldansschoenen, een champagne plissérok, een romige trui. Het is een uiterlijk dat gevoelsmatig clasht met de taal die ze spreken: het ABC van Bauhaus, dus in driehoeken, vierkanten en cirkels. De vrouw begint, in een symmetrisch spel met twee kleine houten hoepels stil naast haar hoofd of draaiend door de lucht. Ze maken uitsneden in het beeld, kaders, volume, beweging. Als de man erbij komt, verdubbelt alles. En met het licht dat scherpe schaduwen op de vloer werpt, zijn er opeens zes varianten, die de ruimte in rondjes aan het versnijden zijn.

Op de steeds luider aanwezige elektronica gaat het paar vervolgens los, maar zonder ooit de controle te verliezen, zonder ooit de zindering van een danslokaal in herinnering te brengen. Poses, maar ook hupjes, dribbels, veegjes en sprongetjes uit hofdansen, stijldansen, kunstschaatsen komen kort - te kort - voorbij. Losgetrokken van hun oorspronkelijke muziek en flow. Met nadruk op hoe het oogt, niet op hoe het samen dansen voelt.

En toch dringt gevoel zich langzaam op. Wanneer de twee elkaar in evenwicht houden, verstrengeld in complex acrobatische, prachtig sculpturale constructies. Wanneer ze eindeloos in vierkanten en cirkels rond stappen, de basis geleend uit wals, tango of salsa. Perfect zijn ze op elkaar ingespeeld en elkaar tot steun.

4: Still Life (het vierde eigen stuk van Beutler na het ontbinden van haar collectief LISA in 2009) is een en al contradictie. Tussen tijden en stijlen, tussen verwachtingen en realiteit. Het is functioneel en esthetisch, sec en gevoelig, herkenbaar en vreemd, saai en fascinerend. Bijzonder dus.

© Mirjam van der Linden


Ga naar de krant