Cadavre Exquis

Estafettevoorstelling boeit van begin tot eind ***

uit: Theaterkrant 26/9/2012

Bij wijze van experiment nodigde theatergroep Kassys drie andere theatermakers uit om samen een voorstelling te maken volgens het principe van een ‘cadavre exquis’. Iedere maker borduurde voort op de laatste zestig seconden van het voorgaande deel. Het resultaat is een veelvormige, verrassende en humoristische voorstelling.

In het eerste deel, in regie van Liesbeth Gritter van Kassys, zien we op een projectiescherm hoe vier vreemden elkaar tegenkomen en – zonder een woord te wisselen – met elkaar optrekken. Onderweg verzamelen ze allerhande spulletjes: een oude gitaar, schoenen met tijgerprint, een ventilator, een pallet. Hun tocht door de stad wordt ingenieus verbeeld met vier cameraperspectieven die synchroon worden geprojecteerd, alsof je door hun ogen kijkt. In het ene perspectief zie je schoenen in de etalage, in de andere perspectieven zie je de vrouw naar de schoenen in de etalage kijken. In de laatste minuut komt het merkwaardige viertal via de artiesteningang in het theater.

Het tweede, derde en vierde deel zijn gemaakt door Pavol Liška en Kelly Copper (Nature Theatre of Oklahoma, US), Tim Crouch (GB) en Nicole Beutler (DE/NL). Elk deel heeft zijn eigen vorm en kleur. Van vertraagd meepraten met dialogen op een iPod tot een liedje over dromen. Van allerlei kledingwisselingen tot gedachten over theater en spelen. Van het ophangen van gezellige lampjes aan het eind van deel drie tot het weghalen van gezellige lampjes aan het begin van deel vier.

Het meest geslaagde voorbeeld van de cadavre exquis is misschien wel de overgang van het derde naar het vierde deel, gemaakt door Nicole Beutler. Het ietwat knullige country dansje waarmee deel drie in de laatste minuut eindigt, vertaalt zij in een abstractere bewegingsscène, waarin kleine verkrampte bewegingen gaandeweg resulteren in een uitbundige energieke dans.

Voorzover het mogelijk is om uit een dergelijke veelvormige voorstelling lijnen of thema’s te destilleren, zijn deze in dit geval niet bewust door de makers aangebracht. Ze ontstaan in de associaties van de toeschouwer. Maar vooral ook dankzij het schakelvermogen en het plezier van de spelers Bas van Rijnsoever, Hannah Ringham, Jarid Rychtarik en Esther Snelder, die als constante factoren het materiaal toch tot één geheel weten te smeden. Als zij in het laatste deel het theater via de artiesteningang weer verlaten, heb je toch het gevoel samen een hele reis te hebben afgelegd.

© Erica Smits

Lees het artikel