4: STILL LIFE

Strak, superieur en vormelijk

uit: Trouw 1/11/2013

Het is een klassiek gegeven, man en vrouw, samen op toneel in een duet. Choreografe Nicole Beutler voert ons in '4: Still Life' (nummer 4 in wat we als een reeks voorstellingen kunnen zien) terug naar de vele verschijningsvormen die dat duet in de westerse cultuurgeschiedenis heeft ingenomen: van de dansen aan het hof van de Zonnekoning tot ballroom en tango.

En daar doet ze mee wat inmiddels als haar 'methode' kan worden bestempeld; zonder in een lesje dansgeschiedenis te vervallen schikt, analyseert en abstraheert ze het materiaal - 'editen' noemt ze het zelf - totdat ze de herkomst van de beweging én de motivatie erachter tot op de vierkante millimeter heeft doorgrond.

De motivatie voor het duet, die wonderlijke twee-eenheid van aantrekken, afstoten, volgen en leiden, raakt wat verloren in de vormtaal waarvan Beutler zich in '4: Still Life' bedient: de principes van Bauhaus, en in het bijzonder die van Oskars Schlemmers 'Triadisches Ballett' uit 1922. De menselijke maat wordt daarin afgemeten aan geometrische vormen en er ondergeschikt aan gemaakt; 'Still Life' opent niet met mensen maar met rijdende toneelschotten die in 'duet' met elkaar gaan. Als de twee dansers - Marjolein Vogels en Benjamin Kahn - zich aandienen, zijn het vooral de symmetrie en het ritme van het duet waar Beutler zich bij hen op richt. Met cirkelvormen - er komen hoepels aan te pas - of een duet dat bestaat uit gelopen kwadranten, waarin dansmateriaal samenkomt in repetitieve minimal dance.

Strak getimed, razend intelligent, en in vormgeving superieur, maar ook behoorlijk vormelijk allemaal. Er is geen speld tussen te krijgen, zo scherp. Lichtheid, een zekere gekte, waar Beutler óók patent op heeft, zoals in de nooit genoeg geprezen voorganger '3: The Garden' uit 2011, is er alleen wanneer de dans even van de vorm wordt losgezongen.

Beutlers intenties komen wel uit de verf in het centrale duet, waarin de eerder op zichzelf opererende man en vrouw in versmelting samenkomen. Hier raakt Beutler de ultieme paradox, misschien wel een universele waarheid als het om een twee-eenheid gaat: juist in het samenkomen van tegenkrachten zit 'm de balans. Perfect geconstrueerd, zij steunt op hem, hij op haar, verstrengelende lichamen die tot een schitterende, emotioneel geladen beeldentaal komen. Dan is er even magie.

© Sander Hiskemuller

Ga naar de krant